Koninklijk Mannenkoor Gruno Groningen

Lid van het Koninklijk Nederlands Zangers Verbond, KNZV – vereniging Noord Oost 

 
 

Eeuwfeesten 1953

 

Gruno-lid Jan van der Wis heeft de jubileumviering van Gruno in 1953 beschreven. De aanleiding daartoe vormde het 160-jarig bestaan van Gruno in 2013. Deze bijdragen zijn eerder gepubliceerd in de Fermate.


Eeuwfeesten (1)

De voorbereidingen voor de jubileumviering in 1953 waren al ver van tevoren begonnen. Allereerst de samenstelling van het bestuur in dat jaar. Dat bestond uit de volgende personen:  P.H. Schut, voorzitter;  P. Eimers, vice voorzitter; J.P. Naaijer, secretaris; H.W. Jeltes, 2e secretaris; B. Pikkert, penningmeester; A.N. Huisman, bibliothecaris; H.J. Gubbels, commissaris. Dirigent was Albert Geraerts, die in de loop van het jaar werd opgevolgd door Johan van der Meer.

De start van de “Eeuwfeesten” was op zaterdag 2 mei 1953, des morgens vroeg reeds. Ieder lid werd thuis verrast met een fraai speciaal jubileumbordje, uitgevoerd in Delfts blauw en voorstellende een gestileerde Martinitoren met de woorden “Koniklijke Liedertafel Gruno 1853-1953”. ’s Middags volgde de receptie. De foyer van de Harmonie was met prachtige Perzische tapijten van (ere)lid Jac. de Vries  omgetoverd tot een stijlvolle receptiezaal. Er waren reeds talrijke bloemstukken ontvangen en de stroom bleef maar aanhouden, zodat de zaal baadde in een ongekende bloemenweelde. Er volgde een onafgebroken stroom van bezoekers uit alle geledingen. Van provincie- en stadsbestuur, uit het rijke culturele leven, te veel om op te noemen. Verschillende sprekers voerden het woord, waarvan ik speciaal wil noemen die, namens het KNZV.

Aan het einde van deze zeer druk bezochte receptie, bracht voorzitter Piet Schut alle sprekers en aanbieders van bloemen en geschenken, hartelijk dank. Rest mij nog te vermelden, dat er tevens een groot aantal gelukstelegrammen werd ontvangen.

De receptie vormde de opening van de feestweek, waarover ik een volgende keer hoop te vertellen.

                                         

Eeuwfeesten (2)

Na afloop van de zeer drukke en vermoeiende receptie op zaterdag 2 mei 1953, vond er een klein intiem etentje plaats alwaar bestuur, directie en eeuwfeestcommissie met enkele genodigden, zich enigszins van de vermoeienissen konden herstellen. Maar al spoedig kwam de heer Huisman binnenvallen met de mededeling dat de landauers voor stonden. Het grote moment van de avond was aangebroken. De fakkeloptocht van alle Grunoleden in open landauers (vierwielige koetsen) en auto’s werd een feit. Reeds reed de vaandeldrager, de heer Adema fier een rondje op zijn prachtige paard op het Harmonieplein terwijl flarden van fanfaremuziek de vestibule, waar iedereen stond te wachten, binnenwaaiden. Plechtig gekleed in jacquet en hoge hoed maar met een kwajongenslach op ieders gezicht. De stoet formeerde zich, voorop politie te paard en daarna volgden in een zeer lange rij de landauers en auto’s. De eerste met statige en deftige inzittenden vanwege het decorum, de laatste met glunderende koppen, welke zo nu en dan uit een autoraam werden gestoken. De stoet werd gesloten door het muziekcorps “Patrimonium”. Ruim honderd padvinders met fakkels zorgden voor een feestelijke verlichting van de stoet. Overal langs de route vlamde het Bengaals vuur op in rood, geel, groen enz. Drommen mensen stonden aan de kant van de weg. Het werd een ware feesttocht.

Om ruim 22.00 uur arriveerde de stoet na een lange route bij het stadhuis voor de ontvangst door B&W. Deze vond plaats in de met bloemen en palmen versierde raadszaal. Nadat iedereen binnen was, werd het Wilhelmus gezongen, waarna de burgemeester, de heer J. Tuin, een hooggestemde rede hield. Op de hem eigen wijze beantwoordde voorzitter Piet Schut deze toespraak, waarin hij B&W dank bracht voor de hartelijke ontvangst aan Gruno bewezen en voor de vele blijken van medeleven en medewerking, welke Gruno steeds van de zijde van het gemeentebestuur mocht ontvangen. Door enkele dames van Gruno werd aan B&W als stoffelijk bewijs van deze dank een prachtig handgeknoopt wandtapijt aangeboden, een gebaar waardoor B&W zichtbaar waren verrast. Met enige hartelijke woorden nam de burgemeester dit prachtige geschenk dankbaar in ontvangst.

Hierna werden verversingen rondgediend, waarbij B&W zich met de diverse koorleden onderhielden. Veel te spoedig moest er een einde aan dit gezellig samenzijn worden gemaakt en met een speciale handdruk namen burgemeester en wethouders van ieder koorlid afscheid.

Het laatste gedeelte van de rijtoer voerde naar Huize Maas. Alvorens hier aan te komen was er een klein oponthoud in de Herestraat. De gérant van het destijds zeer bekende restaurant “De Oude Meet” had namelijk het originele idee het bestuur op het welslagen van de Eeuwfeestviering een glas champagne aan te bieden. Bij aankomst in Huize Maas stonden de dames reeds te wachten. Met een krachtig en enthousiast gezongen toast werden muzikanten en padvinders door de leden voor hun medewerking bedankt.

In de grote zaal van Huize Maas heeft het nog zeer lang gedaverd van de feestvreugde. Door de medewerking van enkele radio artiesten werd de feestvreugde nog meer verhoogd, waaraan het uitmuntende orkest niet in het minst bijdroeg. Het feest duurde tot in de kleine uurtjes.

In de volgende Fermate wil ik graag verslag doen van het vervolg van de feestweek.

                                          

P.S.

Piet Schut werd in 1969 als voorzitter opgevolgd door Ben Garrelds, die hij als zijn ideale opvolger zag. Dit werd bewezen door de lange tijd van Ben’s voorzitterschap dat eindigde in 1983 en verband hield met het samengaan van de Koninklijke Liedertafel Gruno en het Groningsch Mannenkoor tot het Koninklijk Mannenkoor Gruno Groningen.


Eeuwfeesten (3)

Na de festiviteiten van zaterdag 2 mei 1953, volgde op zondag 3 mei, de officiële oprichtingsdatum van ons koor, de herdenking van al diegenen die “Gruno” door de dood waren ontvallen.

Des morgens rond elf uur verzamelden alle leden zich bij de ingang van de begraafplaats Esserveld, waar, door het leggen van een grote krans op het monument der gevallenen, hulde zou worden gebracht aan de nagedachtenis van de overleden leden van “Gruno”.

In stemmig zwart gestoken trokken de koorleden in een plechtige stoet langzaam naar het gedenkteken. Aan het hoofd hiervan torste de heer van Dijk een prachtige krans. Nadat iedereen zich rond het monument had geschaard legde de voorzitter onder diepe stilte het fraaie bloemstuk aan de voet van het eenvoudige, doch indrukwekkende beeldhouwwerk neer. Direct daarna klonk het machtige “Ecce quo modo moritur” gevolgd door twee strofen van het Wilhelmus.

Ontroering beving een ieder die daar stond en de gedachten gingen uit naar degenen, die deel van ons koor hadden uitgemaakt en die nu hier op deze begraafplaats of op andere dodenakkers hun laatste slaap sliepen. Dit was een ogenblik van bezinning, waarbij alle aanwezigen zich diep bewust werden, dat niet alleen zij de Koniklijke Liedertafel Gruno vormden maar dat ook zij, die ons in de loop der jaren ontvielen, er deel van hadden uitgemaakt. Zonder hen, hun vriendschap en hun koorliefde had het honderdjarig bestaan van “Gruno” niet kunnen worden herdacht.

Des middags om 14.20 uur konden de koorleden zichzelf beluisteren. De Avro zond namelijk het concert uit, dat de donderdag tevoren in de A-kerk was opgenomen. Een gedeelte van de leden heeft het beluisteren van deze uitzending echter moeten missen. De generale repetitie in de Stadsschouwburg eiste hun op. In de ware zin van het woord is daar door hen in het zweet des aanschijns gewerkt onder de niet licht tevreden zijnde directie van Albert Geraerts. De resultaten deden echter het beste voor de uitvoering op woensdagavond 6 mei hopen.

Na afloop kwamen de leden met hun dames bijeen in “De Kajuit” alwaar, omdat het die dag juist de oprichtingsdatum van ons koor was, een instuif werd gehouden. Vele herinneringen uit voorbije jaren werden hier nog eens opgehaald, waarbij de zang soms vrolijk door de zaal schalde. De meeste leden echter, hebben deze avond hun bed een beetje vroeger opgezocht dan gewoonlijk om weer nieuwe krachten te verzamelen voor de komende gebeurtenissen.

In de volgende aflevering van “Fermate” vertel ik graag meer over de Feestweek.

                                         

Eeuwfeesten (4)

De feestweek die in mei 1953 plaats vond ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Gruno is nog lang daarna in de herinnering gebleven. In de aanloop naar het jubileumjaar 2013 volgt hieronder de vierde aflevering van een reeks verslagen van deze feestweek.

Op maandag 4 mei was er in verband met het karakter van nationale herdenkingsdag niets georganiseerd. Maar op dinsdag 5 mei verleende “Gruno” in het kader van “Sport en Cultuur” des avonds haar medewerking aan een door de “Turnkring Groningen” georganiseerd bevrijdingsfeest. Deze avond is een machtige manifestatie geworden van sport. Ten eerste door de medewerking van de “Kunstturnverein Basel Stadt” en ten tweede door de medewerking van vele Groninger gymnastiekverenigingen. Het aandeel van “Gruno” aan deze avond bestond uit het mede stijlvol samenstellen van de opening en door het zingen van enige eenvoudige nummers, welke echter door het publiek met laaiend enthousiasme werden beloond. De organisatie achter en op het toneel was perfect. Alles liep daar op rolletjes. Dat kon evenwel niet gezegd worden van de organisatie in de zaal.

Hoewel er voor de Grunoleden en hun dames plaatsen waren gereserveerd, moesten verschillende dames met hun drieën op twee stoelen plaats nemen. De heren moesten voor en na hun optreden in de zaal blijven staan of zich in de wandelgangen gaan ophouden. Er waren veel meer kaarten verkocht dan er zitplaatsen in de zaal waren.

Niettemin heeft “Gruno” zich op deze avond van de beste zijde laten zien en een enorme propaganda voor de mannenkoorzang kunnen maken. Aan het slot van de avond werden er verschillende toespraken gehouden en geschenken aangeboden. Door de vice voorzitter van ons koor werd de “Turnkring” een fraaie bokaal aangeboden met de bedoeling om die ieder jaar uit te reiken aan die vereniging, die zich op zeker gebied het meest verdienstelijk zou maken. Dhr. de Boer, voorzitter van de “Turnkring” bood hierop “Gruno” een geschenk aan en droeg zijn zoontje Peter symbolisch over als eerste lid van het op te richten jongenskoor. Deze geste werd door het publiek met luid applaus onderstreept. In de pers verschenen uitvoerige verslagen over deze avond.

Over het vervolg van de feestweek op woensdag 6 mei 1953 hoop ik in de volgende Fermate verslag te doen.

                                                                            

Eeuwfeesten (5)

De feestweek ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van ons koor werd vervolgd op woensdag 6 mei 1953. Toen vond in de Stadsschouwburg door leden van “Gruno” de opvoering plaats van “Figaro”, de “Barbier van Sevilla”, een komische opera in drie bedrijven op muziek van Giacomo Rossini, onder de algehele leiding van Albert Géraerts.

Er is door de medewerkers enorm gezwoegd om spel en zang zo te doen zijn dat het de toets der kritiek kon doorstaan. Maar al hun moeite is rijkelijk beloond geworden. Alle spelers, zowel solisten als koristen hebben zich voor 100% gegeven. Voeg daarbij een Albert Géraerts dynamisch geladen in de dirigeerstoel en een orkest, geheel voor zijn moeilijke taak berekend en het resultaat was een prachtige opvoering.

Een select gezelschap was in de Stadsschouwburg aanwezig. De vertegenwoordiger van ZKH Prins Bernhard; de voorzitter van het erecomité majoor C.C.Geertsema; de commissaris der koningin in de provincie Groningen dr.E.H.Ebels; de bevelhebber van het militair gewest kolonel P.G.C.A.van der Speck Obreen; de burgemeester van Groningen de heer J.Tuin, de wethouder van O.en K. mevrouw Aarsen-Jansen; vrijwel alle leden van het erecomité; vertegenwoordigers van studentencorpora; afgevaardigden van bevriende organisaties en zusterverenigingen enz. De schouwburg vormde een feestelijke aanblik, de dames allen in groot avondtoilet, de heren in rok of smoking, terwijl op de rand van de orkestbak enige fraaie bloemstukken waren geplaatst. Prachtig klonk het Wilhelmus in deze ruimte dat door allen werd meegezongen.

De ouverture van de “Figaro” werd met hartelijk applaus ontvangen, waarna de gordijnen uiteen weken en het gebeuren op het toneel ieders volle aandacht vroeg. Wat daar door amateurs voor het voetlicht werd gebracht was werkelijk fenomenaal. Het spelen en zingen van de verschillende solisten in hun rol, de samenzang met de moeilijke intervallen, het wekte de volle bewondering van de aanwezigen op. Luid applaus klaterde na ieder bedrijf op, hetwelk aan het slot de vorm van een ovatie aannam.

Namens de commissaris der koningin werd alle spelers gezamenlijk een prachtige bloemenmand aangeboden, terwijl dirigent Albert Géraerts een grote krans ontving. De solisten ontvingen ieder nog een geschenk. Het was het einde van een buitengewoon succesvolle avond.

Na afloop kwamen spelers en toeschouwers bij elkaar in Huize Maas voor een gezellig samenzijn. Alle spelers, zowel solisten als leden van het koor, ontvingen nog een Groninger koek.

Namens alle medewerkers aan deze opera bood de heer H. de Boer aan de repetitor Jules Géraerts en de souffleuse mevrouw Annie Géraerts een geschenk aan als beloning voor het vele werk dat zij belangeloos voor het welslagen van deze opvoering hadden verricht. Een gezellig bal onder de tonen van het huisorkest van “Maas” hield de aanwezigen nog lange tijd gezellig bijeen.

Tenslotte kan ik nog vermelden dat in de pers uitvoerig verslag werd gedaan van de opvoering van “Figaro” in lovende bewoordingen.

Over het vervolg van de feestweek op donderdag 7 mei 1953 hoop ik in de volgende Fermate te vertellen.


Eeuwfeesten (6)

De feestweek, verband houdende met het jubileumjaar 1953, vond zijn vervolg op donderdag 7 mei met een feestrepetitie in kledij anno 1853 door ieder lid te improviseren, gevolgd door een herendiner. Die avond waande men zich terug in lang vervlogen dagen. In de jaren van kuitbroeken, lange Goudse pijpen en voor de vrouwen de hoepelrokken. Statig trokken zij door Gruno’s straten, de sinjeuren in hun ouderwetse kleding. Gekleed in kuitbroeken, witte kousen, schoenen versierd met gespen, pandjesjassen, kaasbolletjes, vadermoordenaars en getooid met bakkebaarden en grote knevels. Enkelen waren bijkans onherkenbaar geworden door deze maskerade. In groepjes trokken zij op naar het repetitielokaal in “Suisse”, voor deze gelegenheid omgedoopt in “De Gouden Roemer”. Gerant en obers waren omgetoverd tot waard en koffiehuisknechten met lange witte voorschoten. Een geste van “Suisse” die door de leden zeer op prijs werd gesteld. In het repetitielokaal was het een hele drukte van elkaar begroetende leden, die zich zozeer in hun rol inleefden, dat zij de gebruikelijke hoofse taal spraken.  Zelfs de allereerste dirigent, de heer Hagemans was aanwezig. Achter deze vermomming verschool zich de persoon van Albert Geraerts, de toenmalige dirigent. Spoedig had ieder zich van een lange Goudse pijp meester gemaakt en begonnen de tabakswolken de ruimte te vullen. Luide hoera’s weerklonken als een of ander origineel type binnenkwam. Onder het genot van een kroes bier en een pijp toeback werden de voorbereidingen getroffen tot oprichting van de “Liedertafel Gruno”. De heer Hagemans testte verschillende stemmen en al spoedig werd een aanvang gemaakt met de instudering van het eerste nummer, waarna na enige tijd een lied van onvervalste liedertafelstijl door de ruimte schalde. Onder uitbundig jolijt werd een tweede dirigent in de persoon van de heer Baas benoemd, die zich terstond zeer beijverde met het dirigeren van een volgend lied. Tot ieders verbazing bracht hij het er prima van af totdat de leden gewaar werden dat achter hun ruggen de heer Hagemans de bewegingen voordeed. Tussen al deze grappen en grollen door schoot nu en dan de moderne tijd door de tabakswolken heen. De heer Mees, gewapend met fototoestel en scherpe schijnwerpers trachtte iedereen op de foto of op de film te krijgen. Een grotere tegenstelling was niet denkbaar. Mees in pandjesjas met vadermoordenaar en bakkebaarden, voorzien van het meest moderne fototoestel en flitslichten.

Er was echter een verschil met de werkelijkheid. Volgens de oude archieven kwamen bij de oprichting de leden meestal uit de elitekringen voort. Hier echter waren alle rangen en standen vertegenwoordigd. De hoge diplomaat zat naast de machinist en stoker in hun witte pakken met hoge hoed. De kolonel in gala uniform kweelde vrolijk zijn liedje naast de eenvoudige onderwijzer uit die dagen. Ja, zelfs het schorriemorrie uit die tijd was aanwezig in de persoon van een onvervalste zeerover. Onder gezellig gekout en toebacksgesuig gleden de uren snel voort totdat het tijd werd voor het diner. Het was een stijlvol diner met een tafel, verlicht door kaarsen op zilveren kandelaars en gedekt met schitterend kristal en blinkend eetgerei.

Een speciaal woord van vermelding verdient de versiering van de hoofdtafel. Een kunstig suikerwerk, uitbeeldende de verbondenheid tussen “Gruno” en “Suisse” wekte de bewondering van alle aanzittenden. Het diner met prachtige, zeer origineel opgemaakte schotels was in een woord af. Een van de mooiste avonden van de “Eeuwfeestweek” werd hiermee besloten.

Het slot van deze week zal in de volgende Fermate te lezen zijn.

                                                                                              

Eeuwfeesten (7)

Tot besluit van de feestweek vond er op vrijdagavond 8 mei 1953 een concert plaats in het Stadspark. Na afloop was er vuurwerk en daarna een gezellig samenzijn in “Frigge”.

Hoewel het weer die avond niet van dien aard was dat het tot een enigszins langdurig buiten zijn noodde, hadden toch nog vele stadjers de tocht naar het Stadspark ondernomen. En toen “Gruno” dit concert met het Wilhelmus opende, waren er reeds ettelijke honderden toehoorders aanwezig en dat aantal groeide nog steeds. Met de medewerking van het Politiemuziekkorps en een damesgroep van de gymnastiekvereniging “Vlugheid en Kracht” werd een afwisselend programma gebracht dat door het veelkoppige publiek ten zeerste op prijs werd gesteld, getuige het hartelijk applaus na ieder nummer.

Met spanning werd echter uitgekeken naar het aangekondigde watervuurwerk. Eindelijk was het dan zover en schoten de eerste vuurpijlen de lucht in, om al naar gelang de inhoud een veelkleurige sterrenregen te laten vallen of de mensen te laten schrikken door met een ontzettende klap te ontploffen. Vele aah’s en ooh’s klonken op toen de fraaie bomengroepen rond de vijver door Bengaals vuur werden verlicht. Een bijzonder effect vormde het watervuurwerk. Midden op de vijver werden enkele vuurfonteinen ontstoken, omgeven door draaiende zonnen. Een prachtige weerspiegeling welke dit vuurwerk op het gladde, donkere water maakte vormde een sprookjesachtige aanblik. De duizenden die zich rondom de vijver hadden geschaard, hebben er ten zeerste van genoten, ondanks het koude weer. Hiermee werd officieel de feestweek besloten.

Na afloop van het vuurwerk haastten alle leden zich met hun dames naar de grote zaal van Grand Hotel Frigge, waar een gezellig bal allen nog eens voor de laatste keer bijeen hield. Nog eenmaal laaide de feestvreugde hoog op en nog eenmaal werd op het honderdjarige “Gruno” getoost en daarmee was de viering van de Eeuwfeestweek ten einde.

Dan rest nu alleen nog het verslag van de afsluitende Eeuwfeestconcerten, die op 9 en 10 oktober 1953 werden gehouden. Dat verslag bewaar ik graag voor de volgende Fermate.

                                                                                          

Eeuwfeestconcerten

Ter afsluiting van het jubileumjaar 1953, waarin de Koninklijke Liedertafel Gruno het 100-jarig jubileum vierde, vonden op 9 en 10 oktober 1953 de Eeuwfeestconcerten plaats in de grote zaal van de Harmonie te Groningen. Hierbij werden de volgende werken uitgevoerd. Voor de pauze: Litaney (Schubert); Psaume (Milhaud); recitatief en aria uit un Ballo de Maschera (Verdi); en de soldatenmis Polni Mse (Martinu). Na de pauze: de Altrhapsodie voor alt en mannenkoor (Brahms); dem Undendliche (Schubert); Anakeon’s Grab, auf ein altes Bild en Mignon (met altsolo) van Hugo Wolf, das gestohlene Mäntelchen van Gotovac en tenslotte Chanson a boire van Poulenc. De begeleiding was in handen van het Noordelijk Filharmonisch Orkest. De algehele leiding berustte bij de dirigenten Albert Geraerts en Johan van der Meer.  Als soliste wilde men een publiekstrekker en om zich hiervan te verzekeren had men al in een vroeg stadium de befaamde Engelse altzangeres Kathleen Ferrier (1912-1953) vastgelegd. Deze zangeres had vanaf 1946 na een bliksemcarrière grote internationale bekendheid gekregen maar helaas stierf zij voortijdig aan kanker.  Hierdoor moest men naarstig op zoek naar een vervangster, die werd gevonden in de persoon van de Zwitserse altzangeres Katherine Marti. De andere solist was de bariton Leo Ketelaars uit Venlo.

Beide uitverkochte concerten zijn zeer succesvol verlopen en vormden een waardige afsluiting van het jubileumjaar 1953.